Selecteer een pagina

Ik kom uit een land van: berg, bos, woestijn en gras; van kloof, van heuvel, en van de vlaktes. Land gevormd en afgebroken door zee, river en meer; getekend door het schudden van de aarde, het barsten van vulkaan, en het schuiven van modder, sneeuw en rots. Zo een beschrijving geeft maar een deel van het landschap aan dat daar werkelijk te vinden is. De scheppingskrachten van de wereld hebben daar hun werk met uitbundigheid gedaan. Dezelfde krachten zijn ook, op andere wijze, continu met het afbrokkelen aan de gang. De bewerkingen van de lange-termijn projecten merken wij niet zo veel van tijdens de korte-duur van een mensenleven. Het zijn de momenten van plotselinge veranderingen die onze aandacht weten te vangen; als momentopnames, zonder de beleving van dat lange proces van verzamelen van krachten die er aan vooraf gaan.

De wereld is, natuurlijk, een wonderbaarlijke geheel. Alle landen hebben hun eigen landschappen die door de hand van de natuur gevormd zijn geweest. Handgemaakte dingen zijn altijd eigen van vorm en karakter; elk ietsjes anders dan de rest. Bergen zijn niet anders. Dus, de bergen van mijn eigen land van herkomst tonen veel verschillen van kust naar kust en van noord naar zuid; van woestijn naar zee-klimaat. Met deze verschillen ben ik opgegroeid. Kennis van andere bergen en hun verschillen had ik alleen uit boeken en filmen gekregen. Om bergen te beleven is het nodig om naar ze toe te gaan.

Het ligt voor de hand dat ik niet naar Nederland ben gekomen om de bergen te ontdekken. Nederland is, op eerst gezicht, ééntonig plat. Voor zee, wad, rivier en meer zou je best naar Nederland kunnen komen. Je zou eindeloze ontdekkingen van de verschillen van water in Nederaland kunnen ontsluieren. Er zijn mensen waarvan hun bewonderingen daarvoor nooit weg ebt. Ook al heb ik een grote bewondering voor water, is het mijn element niet. Ik kan goed zwemmen, maar voel ik steeds alsof ik erin verzuip. Snorkelen vind ik mooi, maar mijn oren kunnen de druk van de diepte niet verdragen. Van de wereld van zeeslangen en haaien ben ik doodsbang. Van sterke stromingen heb ik angst en een gevoel van machteloosheid. Daarom blijf ik bij de kust; bij de koral riffen dichtbij land waar ik snel weer naar de veiligheid uit het water kan komen. Toch, is snorkelen iets wat ik af en toe wil nog blijven doen. In mijn wet-suit, flippers en masker voel ik me prettig genoeg om van de kleine wonders van de zee te mogen genieten. Maar daar houdt het bij mij op. Ik ga niet uit mijn weg om snorkel mogelijkheden op te zoeken. Als een mogelijkheid tijdens een vakantie op mijn pad komt, dan doe ik dat. Meer niet.

Mijn berg ervaringen vòòrdat ik naar Nederland kwam, vielen in een aantal categorieën. De eerste categorie was autoritten door de bergen met mijn ouders en zus. Bergen waren, hoofdzakelijk, bekeken door een raam terwijl wij op weg naar een andere bestemming waren. In de tweede categorie mocht ik de bossen van steile heuvels tijdens scouting camp ontdekken. De derde categorie was in het noorden van het land; af en toe een geisoleerde kans om op skis een helling af te dalen. De vierde categorie was in mijn puberteit; met de vrijheid van een scouting groep hoog in de Sierra Nevada, trekken met een grote rugzak, om op de grond van de berg te mogen slapen. Toen begreep ik dat het kijken naar een berg erg mooi kan zijn, maar, op voet “zijn” in de bergen is wat mij aanspraak. Eenmaal uit mijn ouderlijke nest, heb ik verschillende bergen onder zeer verschillende omstandigheden ervaren. Eerst waren dat korte ontmoetingen in de gelegenheid met anderen; mensen met andere doeleinden dan ik. Maar, ik heb wel een kort half jaar, van winter tot na de late lente sneeuw, op een berg van de Wasatch Bergketen van Utah gewoond. Daar heb ik de stilte ontdekt. Daar heb ik mijn eerste eigen, nieuwe bergwandel schoenen gekocht. Het was de eerste berg die mijn naam heeft gekend.

Mijn eerste keer in Europa was een reis naar Madrid; op bezoek bij mijn vader die al twee jaar in Spanje voor zijn werk woonde. Hij heeft mij naar de Pyreneeën gebracht. Het was een bergreis uit de eerste categorie van ouderlijke toezicht. Ik was blij om af en toe uit de auto te mogen stappen, de berg lucht in te ademen, en in stilte de mist over de grond te zien ontvouwen. Maar, net als toen ik kind was, waren de bergen iets om doorheen te gaan, op weg naar elders. Later, vanuit een Nederlandse thuisbasis, heb ik met mijn jonge kinderen de bergen in de zomer zien groeien. Van de Harz, de Ardennen, de Vogesen, naar de Dolomieten, de Triglav en de Alpen van Zwitserland. Het waren wandelingen op maat door de bossen van de bergen en in Zwitserland ook nog even door de boomgrens heen. Daar heb ik een enorm gevoel van bewondering ervaren. Mijn eigen kinderen hebben vroeg, voor henzelf, een liefde voor de bergen ontdekt. Snowboarders en bergwandelaren zijn ze allemaal geworden. Maar, ik was dat niet geworden. Ik heb nooit op een snowboard gestaan; ivm mijn knie. En ik was geen echte berg wandelaar geworden omdat ik erachter kwam dat ik een angst voor het vallen in de diepte had; een angst om van de berg af te donderen. Sommige mensen noemen dat hoogtevrees. Maar, het is in feite een val-angst.

Mijn angsten hebben mij niet helemaal van de bergen gehouden. Toch hebben ze de beleving van mijn leven en mijn mogelijkheden met de bergen, beinvloed. Mijn angst voor vallen, samen met mijn lichamelijke beperkingen van toen, hebben mijn hoofd met valse beperkingen gevuld. Ik, goed wils, liet mijn wereld steeds kleiner maken in een poging tot acceptatie van het leven dat vòòr mij leek te liggen. Het was in deze fase van mijn leven dat ik met Tai Chi les begon. Bij TCN in Winschoten is er na de les altijd de mogelijkheid voor mensen samen aan tafel te verzamelen, achter een kopje thee, koffie, water, of niks. Vanaf de eerste weken, begon ik me bij het nablijf-groepje aan te sluiten. Ik had niet zoveel te vertellen, dus, heb ik geluisterd. Dat was het begin van het aanhoren van de verhalen van Hans over zijn geliefde Oostenrijkse bergen. Voor twee jaar had ik aandachtig geluisterd, maar kon zijn beschrijvingen niet goed plaatsen. Hij had het over alleen, in zijn eentje, naar de hoge bergen reizen om bij een “hütte” te verblijven. In mijn hoofd had ik een beeld van een eenvoudig, inelkaar-getimmerde kamer die als een gebouw bovenop een kale berg mocht staan. Een sleutel voor de deur en een povere voorraad blikvoer en water op een plank langs de muur, heb ik achter mijn ogen vòòr mij gezien. Dat waren de beelden die mijn levenservaringen in elkaar hadden geknutseld om zin van zijn woorden te kunnen maken.

Andere half jaar na mijn eerste Tai Chi les, na mijn eerste bergverhaal van Hans te horen, ben ik naar Tibet en Nepal geweest. Het was geen bergwandel vakantie. Ik liep nog al een jaar of drie met een “ouderwets” wandelstokje van mijn schoonvader tijdens mijn vakanties, als ondersteuning. Zo heb ik: de trappen van de Bromo op Java kunnen klimmen; door de oerwoud op Borneo kunnen klauteren; de steile stappen omhoog naar de Batu Caves van Kuala Lumpur kunnen treden. In Tibet en Nepal had ik geen illusies dat ik een echte berg kon beklimmen. Maar, ik wou zo graag op het wijde Tibetanse hoogland staan; het gevoel van vrijheid op hoogte ervaren; de diepe blauwe hemel en de even blauwe wateren tot de binnenste van mijn ziel opnemen. Alweer waren de bergen om mij heen en ik kon niet genoeg van ze krijgen. In Tibet heb ik voor het eerst het gevaar van hoogteziekte aan den lijve ondervonden. Ik werd doodziek, gedesorienteerd, en was volledig van overtuigd dat de volgende dag een Tibetanse “Sky Burial” voor mij geregeld moest worden. Na de nacht te hebben overleefd, werd het uitzicht op herstel wel duidelijk. De elevatie van Lhasa is 3,656 meter hoog; erg hoog om in één keer, zonder opbouw van acclimatizering, te belanden. Maar, als de lichaam eenmaal de omschakeling kan maken, is er meestal niet veel meer aan de hand. Voordat ik de eindbrug bij de grens van Tibet naar Nepal overstak, had ik al (zonder enkel ongemak) van de hoogste pas van de Friendship Highway op 5,260 meter, mogen genieten. Wat ik toen niet begreep, was dat éénmaal flink bergziek, betekend een levenslange aanleg voor bergziekte. Die informatie kwam pas twee jaar later naar mij toe; na het bezoeken van de “Jade Dragon Snow Mountain” in Yunnan. Deze berg is 5,596 meter. Er is een bus die mensen naar het middenstation van 3,000 meter brengt. Van daar gaat een gondelbaan die tot iets over de 4,000 meter rijdt. Boven op de berg, zijn brede trappen welk touristen verder naar 4,500 meter kunnen lopen. Ik was niet de enige van de massa daarboven die onmiddelijk beroerd werd. Ik zag een klein aantal Chinezen aan de zuurstof, met hoofd op tafel in de cantina; wachtend op de kans om met een gondel weer naar beneden te mogen gaan. Mijn Chinese gids heeft mij letterlijk en figuurlijk opgevangen en naar de neerwaardse gondel begeleid. Die bergziekte heeft de hoogte punten van mijn Lhasa ervaring niet bereikt, maar de tempo van ziek worden zelf, was angst aanjagend snel. Eenmaal terug op 3,000 meter vond ik al een enorm verlichting, maar, de naslag van onwel zijn op de berg heeft nog twee dagen geduurd.

Mijn twee ervaringen met bergziekte hadden een versterkende werking op mijn wereldbeeld van eigen beperkte mogelijkheden. Ik had het vrijwel uitgesloten dat ik ooit nog een keer mijn voeten op een berg zou kunnen zetten. Als ik daar aan terug denk, bewonder ik hoe het leven zich kan omdraaien, wanneer ik me voor onzekerheden kan openstellen. Een jaar later stond ik in Oostenrijk, op een berg in de sneeuw, omhoog klimmen naar de Warnsdorferhütte. Hoe kwam ik erbij dat een hüttetocht een mogelijkheid voor mij zou kunnen zijn? Wat heeft mij lichamelijk en geestelijk voorbereid om zo een stap te durven wagen? Mijn hüttetocht begon als een zaad van een idee, gezaaid door een vraag die aan mij was gesteld; “Weet je iets echt vòòrdat je het weet?” Het is een vraag vanuit de Dao. Het betekend dat “kennis” iets is welk van buiten jezelf afkomstig is. Het is iets dat in je hoofd zit en dat noemen wij het “weten”. Er is ook een andere “weten” die in je wezen zit en het komt voort uit het ervaren. Het is de vraag aan iedereen om het verschil tussen de twee begrippen in te zien, te wegen, en een eigen wijsheid daarin te herkennen. Het is niet anders dan wat wij elke dag in onze eigen Tai Chi trainingen en/of lessen tegen komen. Wij zijn continu van overtuigd van de “waarheid” van iets in ons hoofd; iets dat in het licht van die dag als feiloos logisch lijkt te zijn. Wij accepteren het, wij integreren het, wij sluiten het op en dan houden wij ermee op om naar het te kijken. Wij vergeten dat het licht kan veranderen en daarmee de “waarheid” van iets op nieuw tot discussie mogen stellen. Het houden van mogelijkheden in de hoofd terwijl wij denken iets te “weten”, lijkt tegen onze natuur in te gaan. Wij hebben belang om iets te begrijpen, het hokje af te vinken en alle andere mogelijkheden uit het hoofd te gooien. Dat is efficient, stress verminderend, en geeft een gevoel van zekerheid. De keerzijde is de prijs die wij daarvoor betalen. Wij houden op met groeien. Nieuwe inzichten komen niet meer. Wij roesten met onze zekerheden vast. Tegen alle kosten in, willen wij op ons “weten” kunnen vertrouwen. Voor mij, gaat Tai Chi en Dao juist om ruimte creëren binnen deze wereld van het “weten”; ruimte maken voor wat we “nog niet weten” en voor wat wij onder een andere lichtval als “weten” mogen ervaren. Met ruimte is het mogelijk zonder vast oordeel en zonder zekerheid te leren functioneren. Het biedt de kans om de nodige flexibiliteit te houden om te mogen veranderen en om nieuwe “waarheden” te laten ontstaan.

In dit kader, ging ik met een open vertrouwen trainen om in de bergen van Oostenrijk een hüttetocht te maken. Maanden lang ging ik een wandel-training voor mijzelf opbouwen. Ik werd hierin zorgvuldig ondersteund; ik had gelijk professionele advies van Hans ontvangen. Als coach, gaf hij mij veel vrijheid om mijn eigen weg te mogen ontdekken en de training aan te passen; afgestemd op wat ik had ervaren. Een goed coach luistert en wacht af; ingrijpen op de juiste moment en dan maar met een welgestelde vraag aankomen die ik zelf mocht antwoorden, om als nog mijn eigen waarheid te mogen ontdekken. Er werd niet gesproken over of ik wel of niet mentaal en fysiek fit voor de geplande tocht zou zijn. De tocht zou plaatsvinden. Het was alleen nog niet bekend wat mijn ervaringen tijdens de tocht zouden worden. Wat ik daar van geleerd had, was leren met onzekerheden om te gaan. Er is nooit zekerheid in het leven. Wij kunnen nooit alle omstandigheden in de hand hebben. In deze tocht, zijn meerdere verassingen ontstaan; een dieppe sneeuwval tijdens het klimmen met daarna twee dagen op de Warnsdorfer moeten verblijven. De tocht naar de Birnluckenhütte ging voor andere redenen ook niet door. Maar, ik heb genoten. Ik heb de Hohe Tauren ontmoet. Ik heb geleerd dat ik meer kan dan wat ik dacht.

Een jaar later, nam ik nog een stap met onzekerheden; een hüttetocht van de zuidkant van de Grossvenediger. Die reis had ook onvoorziene gebeurtenissen. Ik heb aanpassingen voor het weer, voor mijn gezondheid en voor mijn stemmingen gemaakt. En, toch, heb ik ontzettend van de bergen genoten. Ik heb met mijn angsten leren om gaan. Ik heb mijn mogelijkheden bekeken en met flexibiliteit mijn keuzes gemaakt. Alles wat ik toen geleerd had, nam ik vorig jaar naar de Glockner mee. Vol vertrouwen, stapte ik weer op een pad welk vol uitdagende verassingen bleek te zijn. Uiteraard, waren het andere verassingen dan elk jaar daarvoor. De bergen van de Hohe Tauren bieden een eindeloze serie verassingen als kado aan. Het is iets eigen aan mij om mijn beschrijvingen van bergen te personificeren. Ik weet donders goed dat ze geen sentiente wezens zijn; tenminste, niet in de zin van de wetenschap. De bergen kunnen niet nadenken. Ze hebben geen emoties. Zij hebben geen intentie en doen niets wat wij normaal als “handelen” zouden noemen. Op dit vlakke niveau van de wereld bekijken en begrijpen, zijn bergen dingen die eigenIijk niet bestaan. Het zijn opgestapelde grondstoffen die, voor sommige wezens van plant- of dierlijke aard, een levensbestaan creëren. Een berg zelf is maar een begrip.

Mijn personlijke begrip van bergen is dat ze Dao zijn. Ze zijn het “niets” waar de 10,000 dingen als een “iets” mogen manifesteren. Dat manifesteren gebeurd uit de ontmoetingen van dingen. De ontmoeting van dingen brengt iets “nieuws” tot stand. Op één berg, in één dag, vinden ontelbare ontmoetingen plaats. Voor elke ding heeft die ontmoeting een andere betekenis; een andere resultaat. Een ontmoeting van een adelaar met een berg kan tot nieuw leven leiden omdat de berg een veilig plaats voor het broeden verschaft. Een ontmoeting van de krachten van onder de aarde met een berg kan tot nieuwe vormen van terrein leiden. Een ontmoeting van een wolk met een berg kan het ontstaan van neerslag met zich meebrengen. Het gaat alsmaar door en de berg werkt niets tegen. Het laat het allemaal gebeuren. De natuur is eigen aan zichzelf; het is Dao en volgt zichzelf; met resultaat, een steeds vernieuwende en veranderende wereld welk door het ontmoeten van dingen gecreëerd wordt. Het lijkt vanzelf te gaan.

Als de berg eigenlijk een ding van niets is, wat gebeurt er nou als een ontmoeting tussen mens en berg plaatsvindt? Wat gebeurt in mij als ik in de bergen ben? De lichamelijke veranderingen zijn te meten. Ik heb een aantal van mijn meer extreme veranderingen al met het beschrijven van mijn bergziekte ervaringen, aangeduid. Minder extreem mag ook; hartslag en ademhalen, eetlust en spijsvertering veranderen van moment tot moment met een tocht door de bergen. Maar “ik” ben het die door de bergen loopt. De berg vraagt er niet om en kan niets aan doen dat mijn ontmoetingen deze veranderingen tot stand brengen. Anders om, heeft mijn aanwezigheid ook invloed op de berg en de berg heeft daar geen bewust weten van.
Dus, opnieuw vraag ik, “Wat gebeurt in mij als ik een berg ontmoet?” De berg doet zelfs niets, en toch wordt ik veranderd. Ik personificeer de berg omdat het mijn wezen voor mij weerspiegelt. Dus, staat er ook een levend wezen van een berg om mij heen. Mijn ontmoeting met een berg is een gesprek met mijzelf die gevoerd wordt. De berg biedt mij de mogelijkheid om een ander perspectief op mijzelf te ervaren. Hierdoor kom ik mijn eigen angsten en krachten, zonder oordeel, tegen. De berg maakt geen oordeel, het creëert alleen maar een mogelijkheid, welk uit het ontmoeten ontstaat. Op een moeilijk stuk terrein ervaar ik angst. Een mogelijkheid wordt gecreëerd. De berg blijft koppig staan. Het gaat voor mij niet uit de weg. Ik kijk in de spiegel, ik zie mijn keuze en ik zie hoe deze keuze tot stand is gekomen. Op één ontmoeting is het mijn zelf-vertrouwen die de keuze maakt. Op een ander moment is het mijn onzekerheid die kiest. Hoe de keuzes vallen, heeft te maken met het proces van binnen, dat op dat ene moment plaatsvind. Als ik angst heb, neem ik de tijd om alles op een rijtje te zetten; de situatie objectief te bekijken; mijn alternatieven in achting te nemen. Het is een kosten-baten analyse die bijna vanzelf gebeurt. Dan observeer ik mijn gevoel. Als mijn angst vermindert is, dan maak ik mijn keuze uit het gevoel van vertrouwen. Als mijn angst groter of hetzelfde blijft, dan neem ik dat zeer serieus. Dat wordt een keuze vanuit mijn onzekerheid genomen. Het is niet zo dat een keuze vanuit vertrouwen beter of slechter is dan een keuze die vanuit onzekerheid gemaakt is. Waar het om gaat is een erkenning van het moment; van dat ene moment van ontmoeting met de berg. Een keuze maken zonder dat inzicht, is een gevaarlijke keuze, ongeacht het gevoel waaruit het gemaakt wordt.

De Dao van de Bergen leert mij dat moment van erkenning te herkennen in mijn dagelijkse leven. Ik hoef alleen erbij stil te staan en niet hals over kop een onmiddelijke reactie tegen alles te geven. Dat doe ik nog wel soms, natuurlijk. Maar, ik “weet” dat het niet zo hoeft te gaan; dat ik ruimte in mijzelf kan creëeren en van binnen deze rust een keuze vanuit de mogelijkheden kan maken. Ik mag op zeeniveau de weerspiegelingen van de berg voor mijn geest houden. Voor mij, zijn het de bergen die mijn naam kennen; in mijn oor fluisteren, en die een spiegel voor mijn neus houden. Voor een ander is dat misschien de kust, een lievelings dier, of de Nederlandse luchten. Daar gaat het niet om. Waar het om gaat, zijn de ontmoetingen die je naar jezelf terug leiden en het ontdekken van je eigen Dao; je eigen wezen, je eigen kijk op de wereld, je eigen weg gekozen vanuit je gevoel. Een Berg is de Dao van de Berg. Ik ben de Dao van Karen.